Zeg eens eerlijk: heb jij controle over je smartphone, of heeft je smartphone controle over jou?

Met deze vraag startte Alexander Markowetz van de Universiteit van Bonn in 2014 zijn onderzoek naar smartphonegebruik en de psychosociale gevolgen daarvan. Meer dan 300.000 mensen deden al vrijwillig mee. De resultaten zijn schokkend. Gemiddeld kijken we 88 keer per dag op onze smartphone. 35 korte onderbrekingen, alleen om even te kijken hoe laat het is en of we nog berichten hebben gemist. Maar 53 keer per dag gebruiken we onze telefoon voor e-mail, sociale media, andere apps en internet. En nee, we bellen maar 7 minuten per dag  met onze telefoons, dus daar zit ‘t ‘m niet in. Uitgaande van 16 uur wakkere tijd per dag zitten we gemiddeld één keer per 18 minuten wat langer op onze telefoon. Bij elkaar opgeteld hebben we het over tweeënhalf uur per dag. Zoals ik zei: schokkend. En niet zonder gevolgen.

Smartphonestress

Vasten van sociale media
Ooit was ik zelf ervaringsdeskundige op het gebied van overmatig smartphonegebruik. Facebook was bij mij de grootste boosdoener. Ik vrees dat ik op een gegeven moment nog wel boven die tweeënhalf uur per dag zat. Zat, want sinds een aantal jaar pak ik mijn telefoon veel minder vaak dan voorheen. In 2017 deed ik namelijk mee aan de vastenactie van dagblad BN/DeStem. Van aswoensdag (1 maart) tot Pasen (15 april) gebruikte ik samen met eindredacteur Nicole Froeling geen sociale media. Geen Facebook, LinkedIn, Instagram en Pinterest.

Volgens neuropsychiater Theo Compernolle is dat geen slecht idee. Want door voortdurend online te zijn geven we die delen van onze hersenen die voor aandachtig denkwerk, het opslaan van informatie en voor verrassende nieuwe combinaties zorgen amper de ruimte om hun werk te doen. Zonder dat we het in de gaten hebben, zijn we in een altijd-alerte toestand geraakt, met alle gevolgen van dien. Wist je bijvoorbeeld dat je een kwartier nodig hebt om in een ‘flow’ te komen wanneer je ergens mee bezig bent? Da’s best lastig wanneer je elke 18 minuten online bent... En na elke onderbreking begint dat kwartier opnieuw. Bovendien houdt onze telefoon onze aandacht niet alleen af van onze kinderen en van het verkeer, maar ook van onszelf en van dat wat we te doen hebben in ons (werkende) leven. Het is nogal moeilijk om antwoorden te vinden op vragen als ‘wie ben ik’, ‘wat kan ik betekenen’ en ‘wat wil ik nu eigenlijk echt’ wanneer je jezelf in continue in beslag laat nemen door je telefoon. Terwijl die antwoorden wel bijdragen aan je levens- en werkgeluk.

Fysieke ontwenningsverschijnselen
Na wat fysieke ontwenningsverschijnselen (mijn rechterduim bleef nog een paar dagen tevergeefs zoeken naar de Facebookapp op mijn telefoon) en de hallelujagevoelens die bij zo’n nieuw initiatief horen, zag ik al gauw wat het offline zijn werkelijk met me deed. Zo had ik veel meer tijd om te lezen, schrijven, mijmeren en mediteren. Ik legde verbanden, had ineens veel meer nieuwe ideeën, maakte grote stappen met mijn boek ‘Het is altijd het goede weer’ dat op 9 juni van dat jaar uitkwam en mijn lijst nog te schrijven boeken dijde in die 40 dagen flink uit uit.

Ondanks de voordelen heeft offline zijn ook een keerzijde. Want in de stilte vind je niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Je vindt daar ook alles wat niet lekker loopt. Alles wat knaagt en schuurt in uithoeken van je ziel en je leven waar je al een tijdje niet geweest was, laat staan bij had stilgestaan, komt je tegemoet. Of je nu wilt of niet. Ikea kan wel zo mooi zeggen dat aandacht alles mooier maakt, maar wanneer je écht met aandacht naar jezelf en leven kijkt, zie je ook veel wat niet zo fraai is. Alleen al het inzicht dat je zo lang geen of weinig aandacht hebt gehad voor dat wat je werkelijk belangrijk vindt, vond ik behoorlijk confronterend.

Aandacht maakt alles echter
Toch is ook dat nodig. Aandacht maakt misschien niet alles mooier, maar wel echter. Wil je je gelukkiger voelen, in je werk, in je rol als ouder, in je vriendschappen of gewoon met jezelf, dan heb je ook het besef nodig dat je hier en daar wat dingen hebt laten versloffen. En dat besef komt alleen wanneer je jezelf bewust en met aandacht stilzet. Gelukkig is de stilte mild en behulpzaam en vol antwoorden. Meestal niet kant-en-klaar, maar na een moment van bezinning weet je vaak wel waar je het zoeken moet. Wanneer je jezelf niet steeds laat afleiden en tijd en ruimte maakt voor bezinning, kom je weer in contact met jezelf, met wat je werkelijk wilt en wat je te doen hebt. En daar kan geen smartphone tegenop.

Leestip

Meer lezen over leven zonder smartphonestress? Het boek van Alexander Markowetz vond ik echt een Leven zonder smartphonestresseye-opener! Aan de hand van confronterende onderzoekscijfers en psychologische mechanismen in ons brein laat hij je inzien hoe afhankelijk we werkelijk zijn van onze smartphone.